Flinders Ranges (1)


Na een nachtje doorzakken in party-town Parachilna vertrok de volgende ochtend vroeg de bus richting de Flinders Ranges, een woeste bergketen in South-Australia. De weg was niet meer verhard en was een groot hotseknots-keienpad, maar desondanks hield de buschauffeur er flink de sokken in. Na een uurtje rondstuiteren door het interieur van de bus stopten we om een aboriginal 'site' te bekijken, waar oker werd gevonden om rotstekeningen mee te maken.

Een aboriginal vindplaats van oker, waarmee rotstekeningen gemaakt werden.

Dit is een mooi moment om nog even wat over de aboriginals te vertellen. Alle tekeningen en dergelijke van hen vond ik eerlijk gezegd maar weinig indrukwekkend, als je dat vergelijkt met wat andere culturen in de wereld hebben voortgebracht (beelden, schilderijen, maar ook kathedralen en paleizen etc.!). Aan de andere kant is de cultuur van de aboriginals maar liefst 40.000 jaar oud, wat een hele prestatie is en met afstand de oudste nog levende cultuur op de aardbol. Maar het indrukwekkendst is in de eerste plaats toch wel dat de aboriginals zo lang op dit continent hebben kunnen overleven. Als je op zo'n ochtendje door de Flinders Ranges loopt, en je kijkt eens naar de kurkdroge gloeiend hete gebarsten grond onder je schoenen, terwijl boven je een gloeiende bol de temperatuur opstookt tot ergens in de 40 graden, dan kun je je wel voorstellen dat de aboriginals geen tijd hadden om een complexe cultuur te ontwikkelen. Alle spaarzame energie die je hier uit dit landschap weet te winnen moet je direct weer investeren in het vinden van voedsel en water.


De miljoenen jaren oude rotsen van de Flinders Ranges hebben een karakteristieke rode kleur.

Na de aboriginal vindplaats gingen we weer de bus in, om weer een uurtje of wat rond te bommelen. Bij de volgende stop waren rots-wallabies te zien. De Australische natuur heeft dezelfde niches in de ecologie opgevuld als elders in de wereld, maar met een andere stamvader; namelijk een buideldier. Dus waar in Afrika gazelles grazen op de vlakten, hopsen hier kangoeroes rond. En waar in Europa gemzen en steenbokken een bestaan bij elkaar weten te scharrelen op de steile berghellingen van de alpen, zo doen hier dus wallabies (soort kangoeroes) precies hetzelfde kunstje. Het was echt een heel raar gezien om een beest zo snel over de rotsblokken te zien stuiteren!


Ergens op deze foto zijn rots-wallabies te zien, maar ze waren te ver weg voor een fatsoenlijk kiekje.

Een teken van menselijke invloed op de natuur. De eerste woestijn-ontdekkingsreizigers gebruikten kamelen, die graag zaden aten van de woestijnpompoen. Die droegen ze daarom mee in jutezakken, maar na een poosje kwamen daar gaten in. Zodoende groeien die dingen nu dus overal, maar niemand heeft er iets aan. Het is de meest bittere vrucht die te bedenken valt, een hap blijft je dagenlang nasmaken. Ik had er nog eentje in de doos met appels gelegd stiekem, maar niemand die erin trapte :-)


Over menselijke import gesproken: de lunch bestond steeds uit veel sla en andere gezonde shit, maar gelukkig was ik zo slim geweest een pot nutella mee te smokkelen. Dit tot groot vermaak van enkele van mijn reisgenoten...


Had ik al verteld over de vliegen in Australie? Nou dit is alvast een voorproefje...! (meer hierover als we in de echte woestijn zijn aangekomen)