Panorama over de Grampians. Gelukkig zijn er ook nog groene plekken te zien in het woud, waar de brand op de een of andere manier
niet is gekomen. Uit deze stukken klonk al weer het karakteristieke Kookaburra gelach omhoog.
In het tweede deel van de ochtend ging de reis naar het noordelijkste puntje van de Grampians. Hier gingen we een berg(je) beklimmen,
Hollow Mountain genaamd. Om op de top van deze rots te geraken moest je namelijk aan een kant omhoog, dan door een grot naar de andere
kant van de berg en daar het laatste stukje naar de top. Vanaf de top had je mooie uitzichten over de Grampians aan de ene kant, en de
uitgestrekte droge en dorre grasvelden waar de Australiers schapen verbouwen. Dit gebied vloeit langzaam over in de woeste Outback, de
Australische woestijn.

Hollow Mountain gezien van een afstandje. De grot waar je doorheen moest om op de top te raken is duidelijk te zien. Deze rotsen zijn
overigens ook een populair klimgebied, er waren veel haken in de wand te zien.

De oranje rots contrasteert fraai tegen de strakblauwe hemel.

Nog een foto van de bijzondere rots. Grepen genoeg voor de klimmers in ieder geval!

Op deze foto is goed te zien hoe de woeste rotsen van de Grampians abrupt ophouden en overgaan in eindeloze droge en dorre graslanden.

De bus vervolgde zijn weg naar Adelaide, een tocht van een paar honderd kilometer door de bovengenoemde dorre graslanden. Het uitzicht
bleef een paar uur zoals op deze foto. Droog gras met verdwaalde eucalyptus bomen..
|