De 2e dag van de trip ging de reis definitief landinwaarts, richting de Grampians. Dit gebied is een nationaal
park, met lange rotsachtige bergruggen die de eucalyptusbossen doorsnijden. Deze rotsrichels zijn aan een kant vlak
en lopen mooi glooiend af naar beneden, terwijl de andere kant een loodrechte rotswand vormt. In de zomer wordt het hier
gloeiend heet en zeer droog. In januari had er nog een gigantische bosbrand gewoed die een groot deel van het park in de
as had gelegd.
Onderweg naar de Grampians. In de verte zijn de karakteristieke rotsen al te zien. Het landschap hier doet ontzettend droog en dor aan,
zo op het einde van de zomer. Het 'grasveld' in de voorgrond is keiharde gebarsten grond met enkele losse gele grassprieten..
De gigantische brand van deze zomer had een desolaat landschap achter gelaten. Het enige groene dat nog restte waren de
vrijwel onbrandbare 'grass trees'.

De bus in het zwartgeblakerde bos. De brand raast vooral door de onderste laag van het bos, hier groeit kreupelhout verzamelt zich
het zeer brandbare afval van de eucalyptus bomen. De bovenste laag van het bos brandt niet, maar door de extreme hitte (4 cijfers in Celsiussen)
verschroeien de bladeren en sterven ze af. Alle bomen hebben nu een bruin, dood bladerdek.

De 4 cijfers in Celsiussen doen de grass trees weinig kwaad zo te zien.. De rest van het bos is levensgevaarlijk, de verkoolde bomen kunnen nog
ieder moment omvallen. Alle wandelpaden zijn daarom afgesloten helaas.
|