Kepler Track (4)

De tweede nacht brachten we door in de Iris Burn hut. Deze hut lag diep in het regenwoud en ver verwijderd van de bewoonde wereld. Hier maakt de Nieuw Zeelandse flora en fauna nog de dienst uit. Allereerst stikte het er werkelijk van de sandflies. Dit is een soort muggen, maar dan is alles er net een tikje erger aan. Als ze steken, dan jeukt de bult erger en langer, ze zijn stil (dus je hoort ze niet aankomen 's nachts), en het ergste van alles is: er zijn er VEEL van. Soms word je door wel 20 tegelijk belaagd.

Het uitzicht vanuit de Iris Burn hut, richting de ongetemde wildernis en gebergten van het fiordland. Niet op de foto (maar wel "op" de fotograaf) zijn de sandflies, die met grote zwermen wandelaars leeg komen prikken.

Bij deze hut wou je dus ook niet buiten zitten zonder jezelf helemaal verzopen te hebben in insectenspray. Insectenspray is op de Kepler Track kostbaarder dan goud! Het tweede prominente lid van de Nieuw Zeelandse fauna is de Kea. 's Ochtends om een uur of 5 hadden ze het golfplaten dak van de hut ontdekt. Hierop zaten ze elkaar achterna, met veel gehops en gefladder, wat een hels kabaal opleverde, gecombineerd met de karakteristieke Kea-roep. Het leek wel of ze de zaak aan het verbouwen waren. Ik werd hier dus wakker van, en bedacht me plots dat ik mijn schoenen op de veranda had laten staan... Ik herinnerde me nog goed de gigantisch scherpe snavel die de Kea's hadden van de vorige dag, en hun eindeloze nieuwsgierigheid voor menselijke zaken. Vrezend voor mijn schoenen was ik dus maar gauw opgestaan om ze naar binnen te halen. Beneden aangekomen zag ik dat mijn schoenen nog veilig waren, maar iemand anders had zijn sportschoenen echter nog wat verder van de hut staan, en daar zat al vrolijk een Kea op te kauwen. De papegaai keek mij eens onderzoekend aan, besloot dat de schoenveter interessanter was, en begon die uit de schoen te scheuren. Aangezien de eigenaar van het schoeisel hier waarschijnlijk niet al te blij mee zou zijn, heb ik de Kea maar weggejaagd en de schoenen naar binnen gehaald. De Kea landde 4 meter verder op het dak van de veranda, en had al gauw de waslijn onder dat dak ontdekt. Daar hing nog een t-shirt aan, en de papegaai was mij en de schoenen alweer helemaal vergeten. Met gevaarlijke capriolen probeerde hij bij het tshirt te komen. Het shirt leek redelijk veilig buiten bereik, en ik was maar weer gauw terug onder de wol gekropen.

Ook deze dag voerde het pad weer door regenwouden. Onderweg weer een paar miljoen varens gezien. Gelukkig vervelen ze niet gauw.

Artistiek fotootje van zonlicht dat door de bladeren van een varen speelt.

Een paar uurtjes later was het opstaan voor een bijzondere dag. Het was namelijk Kerstmis! Of wat daar op het zuidelijk halfrond voor door moet gaan dan. Met al dat warme weer en lange dagen is het hele kerstgevoel ver te zoeken. Om toch nog wat sfeer te kweken hadden we allemaal een kerst-stropdas meegenomen, een mini-kerstboom en zelfs een idioot zware fles wijn. Deze gingen we aan het eind van de dag soldaat maken. Eerst moesten we echter weer de nodige kilometers afleggen, wederom door prachtig regenwoud. De eindbestemming was de Motorau hut, idyllisch gelegen aan een groot meer. Aan de oevers van dit meer heb ik dus mijn meest bijzondere kerst ooit gespendeerd: in de stralende zon, aan een kraakhelder meer middenin de wildernis, rode wijn met kurk uit een plastic beker, en nog een zwempartijtje op de koop toe. Dat is weer eens wat anders dan binnen voor de kachel in de donkere dagen met regen en wind...!

Een bijzondere kerst. Aan de oevers van een kraakhelder meer middenin de wildernis. Op de boomstam staat de fles wijn die we met veel pijn en moeite drie dagen over bergen en door regenwouden hebben meegesleept. Door al dat geklots had de kurk het loodje gelegd en moest de fles worden ingedrukt (met het zakmes dat in de fles staat). De wijn smaakte er niet minder om!

Moritz (links) en Christoph (rechts) presenteren en consumeren el vino rosso, met de voeten in het water.

Kerstmis 2005!