De tweede nacht brachten we door in de Iris Burn hut. Deze hut
lag diep in het regenwoud en ver verwijderd van de bewoonde wereld. Hier maakt
de Nieuw Zeelandse flora en fauna nog de dienst uit. Allereerst stikte het er
werkelijk van de sandflies. Dit is een soort muggen, maar dan is alles er
net een tikje erger aan. Als ze steken, dan jeukt de bult erger en langer, ze
zijn stil (dus je hoort ze niet aankomen 's nachts), en het ergste van alles is:
er zijn er VEEL van. Soms word je door wel 20 tegelijk belaagd.
Het uitzicht vanuit de Iris Burn hut, richting de ongetemde
wildernis en gebergten van het fiordland. Niet op de foto (maar wel "op" de
fotograaf) zijn de sandflies, die met grote zwermen wandelaars leeg komen
prikken.
Bij deze hut wou je dus ook niet buiten zitten zonder jezelf
helemaal verzopen te hebben in insectenspray. Insectenspray is op de Kepler
Track kostbaarder dan goud! Het tweede prominente lid van de Nieuw Zeelandse
fauna is de Kea. 's Ochtends om een uur of 5 hadden ze het golfplaten dak van de
hut ontdekt. Hierop zaten ze elkaar achterna, met veel gehops en gefladder, wat
een hels kabaal opleverde, gecombineerd met de karakteristieke Kea-roep. Het
leek wel of ze de zaak aan het verbouwen waren. Ik werd hier dus wakker van, en
bedacht me plots dat ik mijn schoenen op de veranda had laten staan... Ik
herinnerde me nog goed de gigantisch scherpe snavel die de Kea's hadden van de
vorige dag, en hun eindeloze nieuwsgierigheid voor menselijke zaken. Vrezend
voor mijn schoenen was ik dus maar gauw opgestaan om ze naar binnen te halen.
Beneden aangekomen zag ik dat mijn schoenen nog veilig waren, maar iemand anders
had zijn sportschoenen echter nog wat verder van de hut staan, en daar zat al
vrolijk een Kea op te kauwen. De papegaai keek mij eens onderzoekend aan,
besloot dat de schoenveter interessanter was, en begon die uit de schoen te
scheuren. Aangezien de eigenaar van het schoeisel hier waarschijnlijk niet al te
blij mee zou zijn, heb ik de Kea maar weggejaagd en de schoenen naar binnen
gehaald. De Kea landde 4 meter verder op het dak van de veranda, en had al gauw
de waslijn onder dat dak ontdekt. Daar hing nog een t-shirt aan, en de papegaai
was mij en de schoenen alweer helemaal vergeten. Met gevaarlijke capriolen
probeerde hij bij het tshirt te komen. Het shirt leek redelijk veilig buiten
bereik, en ik was maar weer gauw terug onder de wol gekropen.
Ook deze dag voerde het pad weer door regenwouden. Onderweg
weer een paar miljoen varens gezien. Gelukkig vervelen ze niet gauw.
Artistiek fotootje van zonlicht dat door de bladeren van een
varen speelt.
Een paar uurtjes later was het opstaan voor een bijzondere dag.
Het was namelijk Kerstmis! Of wat daar op het zuidelijk halfrond voor door moet
gaan dan. Met al dat warme weer en lange dagen is het hele kerstgevoel ver te
zoeken. Om toch nog wat sfeer te kweken hadden we allemaal een kerst-stropdas
meegenomen, een mini-kerstboom en zelfs een idioot zware fles wijn. Deze gingen
we aan het eind van de dag soldaat maken. Eerst moesten we echter weer de nodige
kilometers afleggen, wederom door prachtig regenwoud. De eindbestemming was de
Motorau hut, idyllisch gelegen aan een groot meer. Aan de oevers van dit meer
heb ik dus mijn meest bijzondere kerst ooit gespendeerd: in de stralende zon,
aan een kraakhelder meer middenin de wildernis, rode wijn met kurk uit een
plastic beker, en nog een zwempartijtje op de koop toe. Dat is weer eens wat
anders dan binnen voor de kachel in de donkere dagen met regen en wind...!
Een bijzondere kerst. Aan de oevers van een kraakhelder meer
middenin de wildernis. Op de boomstam staat de fles wijn die we met veel pijn en
moeite drie dagen over bergen en door regenwouden hebben meegesleept. Door al
dat geklots had de kurk het loodje gelegd en moest de fles worden ingedrukt (met
het zakmes dat in de fles staat). De wijn smaakte er niet minder om!
Moritz (links) en Christoph (rechts) presenteren en consumeren
el vino rosso, met de voeten in het water.
Kerstmis 2005!
|